Kwetsbare mensen: Uit dit boek - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud


Als schrijfster mag je publiceren uit eigen werk.
Uit dit boek:
Catechisatie aan mensen met een (meervoudige) lichamelijke beperking met een laag IQ

Als de bewoners voor de catechisatie in hun eigen woning blijven, zoals de bewoners van De Vuurlelie nr. 5 (fictieve naam), dan wordt de catechisatie ‘huisviering’ genoemd.

Vieren! Feestvieren!
Barbara peinsde over de huisvieringen. De doelstelling was niet moeilijk: proberen de bewoners iets van de liefde van de Here Jezus voor hen te laten proeven (ervaren), maar hoe…? Hoe zou ze de huisviering in afhankelijkheid van de Heilige Geest gaan doen?  Ze peinsde: als het volk Israël de Sjabbat en de drie hoge feesten ‘viert’ en zich ‘verheugt’ voor het Aangezicht van de Here God (Exodus 31:16; 12:48, Deuteronomium 16:11, 13-15), dan is het goed, als deze aspecten toch ook terug te vinden zijn in de huisvieringen.

Vieren! Feestvieren! Het heeft tot doel: samen delen! Samen gevoelens delen! Het kunnen gevoelens van blijdschap, vreugde, vrolijkheid en dankbaarheid zijn. Het vieren kan ook een ernstig en serieus karakter hebben, waarbij gevoelens van pijn en verdriet gedeeld kunnen worden.
  Barbara wilde dat de huisvieringen een feest voor de bewoners zouden zijn: blij, vrolijk, dankbaar, serieus en ernstig tot eer van de Here God met waar nodig ruimte voor pijn en verdriet…!
  Laat ik een liturgie samenstellen, als een vast terugkerende herkenning voor de bewoners, met aspecten die ook in de viering van de ochtenddienst op zondagmorgen aanwezig zijn en toch heel anders, peinsde Barbara verder. Maar rituelen mogen ook niet ontbreken! Lichaamstaal en uitstraling zijn ook belangrijk. Evenals het aankijken (oogcontact, wat je uitstraalt), (soms) aanraken, gebaren (ter ondersteuning), gevoel leggen in je woorden, etc.

De bewoners van De Vuurlelie nr. 5
De bewoners zitten in de huiskamer - wat heel gezellig is - op een eigen vertrouwd plekje. Op De Vuurlelie nr. 5 in een kring met een lage, rechthoekige tafel in het midden. Een van de twee medewerkster is altijd bij de viering aanwezig.   
  Het IQ van de bewoners van De Vuurlelie nr. 5 is laag. Vier van hen hebben het Downsyndroom.
  Verbaal kunnen zes bewoners communiceren, waarvan één heel moeilijk verstaanbaar.

In de beginperiode van Barbara op De Vuurlelie nr. 5 was er één bewoonster, die in een rolstoel zat. In de loop van de jaren vermeerderde dit aantal. De bewoners werden ouder en moesten lichamelijk inleveren.
  Door het overlijden - in ruim zeventien jaar zes bewoners - kwam er plaats voor bewoners, die veel meer zorg nodig hadden.
  Voor een begrafenisdienst, tijdens het condoleren, sprak een hoogbejaarde moeder tegen Barbara: ‘Ik heb zo gebeden, dat mijn dochter Bonda, zij is 57 jaar geworden, eerder heen zou gaan, dan ik. Nu kan ik zelf ook rustig heengaan. Enige jaren geleden heb ik noodgedwongen, ik werd er te oud voor, de zorg voor haar uit handen gegeven. Wat niet wegneemt: de zorg ‘om’ haar bleef!’

Wat grappig was: in de beginperiode van Barbara op De Vuurlelie nr. 5 was er een bewoonster, Carla. Ze voelde zich te groot voor de huisviering. Nadrukkelijk sprak ze: ‘Dit is voor de kleintjes!’ Na het koffiedrinken verliet ze de huiskamer en ging naar haar eigen kamer. (Ook dit moet kunnen!)
  Op een keer besloot Carla toch in de huiskamer te blijven en...? Ze vond het fijn! Ze sloeg de enkele maanden, dat zij nog op De Vuurlelie nr. 5 woonde, geen huisviering over…!

Huisviering werd op De Vuurlelie nr. 5 ‘Lichtjesavond’
De naam ‘Lichtjesavond’ is ontstaan, toen Bonny, bewoonster van De Vuurlelie nr. 5 vroeg: ‘Komt die mevrouw met de lichtjes vanavond?’

De viering
Begroeting en koffiedrinken
Als er een huisviering is, vertellen de medewerksters ’s middags aan de bewoners, wanneer zij teruggekeerd zijn van hun werk (dagbesteding): ‘Barbara Bougainville komt vanavond!’
  ’s Avonds als Barbara haar auto parkeert bij De Vuurlelie nr. 5 en het portier dichtslaat, hoort zij vaak een juichkreet van Jetske; non-verbaal kan zij goed communiceren.
  Zodra Barbara de huiskamer binnenkomt, is ze er helemaal voor de bewoners. Blij begroet ze elk van hen afzonderlijk.
  ‘Dag Hilda, fijn dat ik je weer zie’, groet ze. Terwijl ze Hilda - ze is aan het kleuren - een hand geeft, maakt ze een praatje met haar. Zo doet Barbara bij elk van de tien bewoners.
  Ondertussen hebben de medewerksters (meestal) de koffie al klaar. Het koffie (of iets anders) drinken, waarbij sommige bewoners geholpen moeten worden, brengt een extra saamhorigheid.

Bewoners willen tijdens het koffiedrinken soms hun verhaal aan Barbara kwijt, bijvoorbeeld Paula. Zij heeft het Downsyndroom en is zwijgzaam van aard. Maar soms wil ze Barbara iets vertellen. Barbara gaat dan om er echt even helemaal voor Paula te zijn, naast haar op de bank zitten.
  Op een keer vertelde Paula, dat ze op haar werk (dagbesteding) straf had gekregen. Aan haar gezicht was te zien, dat zij het gebeuren opnieuw beleefde. ‘Maar ik vind je lief’, reageerde Barbara. Bij zichzelf dacht ze: wat echt! Wat puur! Zouden wij, als we straf hadden gehad, het vertellen…?
  De twee woorden, die Barbara ontroerden en waarmee Hilda, ook zij heeft het syndroom van Down, onbewust het Licht van de Here Jezus in haar hart liet zien, zou Barbara niet gauw vergeten. Het was een keer tijdens het koffiedrinken. Tegen Barbara sprak Hilda:  ‘Mama hemel…!’ Haar moeder was overleden.
  Anderzijds, op een keer was Jetske lelijk verkouden; ze had er veel last van. Tijdens het koffiedrinken sprak Barbara: ‘Je neus viert feest, hè!’ Jetske moest lachen en daar ging het Barbara om.

Tafeldekken, De Alpenvalleibundels en muziekinstrumenten uitdelen
Als alle koffiegerei weer van tafel is, gaat Barbara (wat zij noemt) ‘tafeldekken’. Een vierkant donkerrood  kleedje van linnen legt zij op tafel. Uit haar grote ‘viertas’ haalt zij: een aansteker, een houten standaard, de Paaskaars (30 cm.), de doos met allerlei gekleurde glazen bakjes met een waxinelichtje en de (Kinder)bijbel en legt die op de tafel.
  Muziekinstrumenten, zoals tamboerijn, sambabal en allerlei vormen van instrumenten met klokjes/belletjes worden uit de ‘viertas’ gehaald en door Barbara aan de bewoners gegeven. Alleen Jetske wil geen instrument.
  De Alpenvalleibundels worden uitgedeeld. Toch kan niemand van de bewoners lezen. Niettemin vinden sommigen het fijn een bundel te krijgen en open te doen. Anderen laten de bundel ongeopend liggen.

Welkom en zingen uit De Alpenvalleibundel
De huisviering begint Barbara door de bewoners en de aanwezige medewerkster op een eenvoudige manier welkom te heten bij de viering. Ze vervolgt: ‘Als het zondag is, luiden de kerkklokken: ‘bim, bam, bom!’
Vandaag is het geen zondag; vanavond klingelen de klokjes/belletjes.’ Het muziekinstrumentje in haar hand - een houten stokje met daaraan allemaal klokjes/belletjes - laat Barbara extra klingelen.
  ‘Als het Lichtjesavond (huisviering) is, klingelen de klokjes/belletjes en zingen we uit De Alpenvalleibundel: ‘Klokje klingt…’’

Klokje klinkt, vogel zingt,
iedereen op zijne wijs.
Kind! Ook jij, zingt daarbij,
tot des Heren lof en prijs.

Bid en zing, want geen ding
gaat er zonder bidden goed.
Ieder kind, dat God mint,   
zingt Hem met een blij gemoed.

Onder het zingen laten de bewoners het geluid van muziekinstrumenten met en zonder klokjes/belletjes horen. Paula slaat heel ritmisch op de tamboerijn.
  Anderzijds zijn er twee bewoonsters, die zonder muziekinstrumenten voortdurend geluiden maken.

Het aansteken van de Paaskaars en de lichtjes
Het christelijk geloof kent symbolen. Een prachtig symbool is het licht van de Paaskaars. De dood is door de Here Jezus overwonnen! Het Licht van God brandt en verspreidt zich; mensen mogen zich innerlijk aan Zijn licht verwarmen. Met andere woorden: door een symbool krijgt iets wat tastbaar is, meerwaarde!

Na het zingen loopt Barbara naar de tafel waar de Paaskaars staat. Ze pakt de aansteker en zegt: ‘Als we de Paaskaars aansteken, denken we aan…’ Bewust zwijgt Barbara even en vervolgt: ‘de Here Jezus! Hij heeft voor ons op het kruis van Golgotha heel veel pijn, heel veel au, geleden om onze zonden; om de verkeerde, ondeugende en stoute dingen, die alle mensen soms doen. Jullie en ook ik. Hij is voor ons gestorven, begraven
en op de derde dag opgestaan uit de dood (1 Korintiërs 15: 3 en 4). De Here Jezus leeft! Hij is het Licht der wereld (Johannes 8:12) en daarom steken we de Paaskaars aan.’
  Blij de kring rondkijkend, vraagt Barbara: ‘Wie mag de Paaskaars aansteken?’
  Bonny zegt vaak: ‘Ik!’ Barbara schudt haar hoofd.
  Al gauw zegt Kitty: ‘Annie!’   
  ‘Ja Annie! Kom maar, Annie.’ Annie hijst zich (met de hulp van de medewerkster) van de bank. Haar rechterhand beeft. Barbara pakt haar linkerhand. Samen doen ze de aansteker aan. Met dit vlammetje steken ze de Paaskaars aan. ‘Dank je wel, Annie. Mooi hè?!’
  Als Annie weer op de bank zit, volgen er voor de bewoners spannende minuten.

Voordat het een gewoonte werd, dat Annie de Paaskaars aanstak, deed eerst Mieneke het. Haar IQ was toch wat hoger dan de andere bewoners. Zij verhuisde naar een andere woning op het terrein.
  Jarenlang stak Lia de Paaskaars aan; zij had het Downsyndroom en was heel slechthorend. Ze werd ziek, ernstig ziek en overleed. Annie nam het aansteken van de Paaskaars van haar over.
  Meer dan tien jaar later herinnert Mieneke zich nog, dat zij de Paaskaars mocht aansteken!
  Als zij Barbara op het terrein van De Alpenvallei of tijdens een bepaalde viering in De Alpenvalleikerk ziet, dan loopt zij altijd naar Barbara toe en groet haar hartelijk.
   ’t Is in de zomer van 2015. Een koor had gezongen in De Alpenvalleikerk en Barbara stond na afloop met een pastoraal medewerkster te praten. Mieneke ziet Barbara, loopt naar haar toe en geeft haar een dikke kus.
  ‘Kennen jullie elkaar?’ vraagt de medewerkster.
  ‘Ja van de huisviering op De Vuurlelie nr. 5, in het begin woonde Mieneke er’, reageert Barbara.
  Stralend voegt Mieneke eraan toe: ‘Toen mocht ik de Paaskaars aansteken!’ Barbara knikt verwonderd. Dat Mieneke dit na zoveel jaren nog weet…!  

Terug naar de viering. De Paaskaars brandt! Barbara loopt naar de doos met de gekleurde glazen bakjes, pakt er één uit en steekt het waxinelichtje met het vlammetje van de Paaskaars aan. Als het lichtje brandt, zegt ze: ‘Een lichtje van de Here Jezus voor…?!’
  Vol spanning volgen de bewoners de bewegingen van Barbara; naar wie zou ze toelopen…?
‘Ria!’ horen de bewoners Barbara zeggen. Voor Ria is het even feest; ze geniet van de speciale aandacht die ze nu krijgt. Sommige bewoners stralen, als hun naam wordt genoemd. Vooral Bonny; ze heeft dan echt lichtjes
in haar ogen.   
  Barbara loopt met het lichtje in haar hand naar Ria en gaat bij haar op haar hurken zitten. Ze is nu op gelijke ooghoogte met Ria. Blij zegt ze: ‘Dag Ria! Dag Ria! Wat fijn dat jíj er bent! Een lichtje van de Here Jezus voor Ria!’ (De bewoners mogen ‘lichtjes’ van de Here Jezus zijn, Matteüs 5:14.)
  Barbara gaat weer staan en loopt naar de tafel, zet het lichtje ongeveer tien cm. van de Paaskaars vandaan, neemt een gekleurd bakje met een waxinelichtje uit de doos en steekt het aan met het vlammetje van de Paaskaars. Weer stijgt de spanning, voor wie zou dit lichtje zijn…?
  Dit ritueel herhaalt zich, totdat voor alle bewoners en medewerksters een lichtje brandt.
  Vaak noemt Bonny en niet Kitty, als Barbara zegt: ‘(…) een lichtje voor…?’ de naam van een bewoner of haar eigen naam.
  Sommige bewoners noemen zelf hun naam, als Barbara bij hen hurkt, aankijkt en zegt: ‘(…) een lichtje van de Here Jezus voor…!’
  Als alle brandende lichtjes feestelijk in een kring rondom de Paaskaars staan, loopt Barbara terug naar haar stoel. Ze gaan zingen uit De Alpenvalleibundel:

Jezus zegt, dat Hij hier van ons verwacht,
dat wij zijn als kaarsjes, brandend in de nacht.
En Hij wenst, dat ieder tot Zijn ere schijn,
jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn!

Jezus zegt, dat Hij ieders kaarsje ziet,
of het helder licht geeft, of ook bijna niet.
Hij ziet uit de hemel, of wij lichtjes zijn
jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn!

Jezus zegt ons ook, dat ’t zo donker is,
overal op aarde zond’ en droefenis.
Laat ons dan in ‘t duister held’re lichtjes zijn,
jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn!

Bidden en het openen van de Bijbel
Na het zingen vraagt Barbara: ‘We hebben gezongen tot eer van God de Vader en de Here Jezus in de hemel, de Paaskaars brandt, de lichtjes branden, maar wat hebben we nog niet gedaan?’ Zelf geeft ze het antwoord: ‘We hebben nog niet gebeden, we hebben nog niet gesproken met God de Vader en de Here Jezus.’
  Barbara strekt haar armen wat uit, vouwt haar handen en zegt: ‘Nu vouwen we onze handen, sluiten onze ogen en gaan we praten met God de Vader en de Here Jezus in de hemel.’ Ze bidt kort en eenvoudig.

‘We gaan vertellen uit de Bijbel, maar hoe kunnen we uit de Bijbel vertellen, als de Bijbel nog dicht is? Wie mag de Bijbel opendoen?’ vraagt Barbara.
  Even blijft het stil, dan zegt Kitty: ‘Hilda!’
  Hilda wéét, dat zij de Bijbel mag openen. Verlegen heeft zij haar ogen neergeslagen. ‘Kom maar’, nodigt Barbara, staande bij de tafel, haar uit. Samen met Barbara zoekt Hilda het betreffende hoofdstuk op.

Zingen en vertellen
Na het zingen van twee liederen uit De Alpenvalleibundel, gaat Barbara vertellen; af en toe even kijkend op haar blaadje. De vertelling van ongeveer tien minuten heeft ze zelf aan de hand van de Bijbel geschreven.  
  Barbara zou Barbara niet zijn, als ze de vertelling niet blij zou eindigen met haar wijsvinger omhoog, heen en weer bewegend: ‘We mogen nooit, nooit vergeten: God de Vader en de Here Jezus in de hemel houden van ons, hebben ons lief! Nooit vergeten, hoor!’

Hoger dan de blauwe luchten
Na het zingen van een lied uit De Alpenvalleibundel vraagt Barbara aan de medewerkster: ‘Noem eens een naam van een bewoner?’ Even denkt de medewerkster na: ‘Dieneke!’
  Barbara wijzigt de versjes soms een beetje. Ze zingen:

Hoger dan de blauwe luchten en de sterretjes van goud,
woont de Vader in de hemel, Die heel veel van Dieneke houdt.

  Zijn de bewoners nu een beetje jaloers of boos, dat de medewerkster de naam van Dieneke heeft genoemd?
  Nee! Ze wéten, wat Barbara gaat zeggen. Hoor maar! Blij zegt Barbara: ‘Ja, de Vader in de hemel houdt heel veel van Dieneke!’ Heel even zegt ze niets, dan vervolgt ze kijkend naar Christiaan, hij zit in zijn rolstoel naast Dieneke: ‘Ja, de Vader in de hemel houdt ook heel veel van Christiaan!’
  De bewoonster naast Christiaan weet: nog even en Barbara gaat mijn naam noemen en zeggen, dat de Vader in de hemel ook heel veel van mij houdt…!
  Het is heel leuk om tijdens dit ritueel naar al die gezichten van de bewoners te kijken! Ze vinden het heel spannend, terwijl ze weten: ik word niet vergeten! En dan die stralende gezichten als zij aan de beurt zijn.
  Als Barbara de kring is rond geweest, zegt ze: ‘We gaan nu zingen:

Hoger dan de blauwe luchten en de sterretjes van goud,
woont de Vader in de hemel, Die heel veel van ons allemaal houdt.’

Bidden/danken en slotlied
Nadat Barbara aan de medewerkster heeft gevraagd: ‘Zijn er nog personen of gebeurtenissen waar we voor kunnen bidden en danken’, bidt en dankt zij. Ook nu weer kort en eenvoudig, onder meer dankt zij, dat De Vader in de hemel zoveel van hen allen houdt.
  Het slotlied is een zegenbede:

Handen gevouwen, sluit d’ ogen nu.
Zacht klinkt ons bidden, Heiland tot U.

‘Lieve Here Jezus’, zo bidden wij:
‘Zegen ons allen, wees ons nabij.
Amen.’
Uit: De Alpenvalleibundel

Bij de woorden: ‘zegen ons allen’, steekt Barbara altijd zegenend haar hand naar de bewoners uit. Annie doet haar na…!

Het uitblazen van de lichtjes en de Paaskaars
Een ritueel is ook het uitblazen van de lichtjes. Met een lichtje in haar hand loopt Barbara naar een bewoner toe. Ze noemt de naam van de bewoner, bijvoorbeeld Paula en zegt:  ‘Paula we gaan je lichtje uitblazen.’ Als haar lichtje niet meer brandt, zegt Barbara: ‘Maar het Licht van de Here Jezus blijft schijnen in je hart.’
  Het lichtje van de bewoner naast Paula wordt uitgeblazen met dezelfde woorden. Evenals alle lichtjes, waarbij het lichtje of door de bewoner of door de bewoner en Barbara samen of door Barbara alleen wordt uitgeblazen.

Alsof Barbara het niet weet, zegt ze: ‘De Paaskaars!’ Wie blaast de Paaskaars uit?’
  Soms zegt Bonny: ‘Ik!’ Als ze zwijgt, zegt Kitty: ‘Bonny!’
  Bonny straalt! Ze pakt de hand van Barbara, schudt deze heen en weer, voordat ze de Paaskaars uitblaast.
  De laatste jaren zit Bonny in een rolstoel. De vreugde van het uitblazen van de Paaskaars wil Barbara haar niet ontnemen. Voorzichtig loopt ze met de Paaskaars (30 cm.) naar Bonny. Maar ook dan pakt Bonny een hand van Barbara en schudt deze heen en weer, voordat ze stralend de Paaskaars uitblaast!

Het sluiten van de Bijbel
‘De Bijbel! Wie sluit de Bijbel?’ vraagt Barbara.
  Weer klinkt de stem van Kitty: ‘Ik!’
  ‘Kom maar gauw’, zegt Barbara. Kitty straalt, loopt naar de (Kinder)bijbel, wacht even en sluit de Bijbel.

De viering is ten einde!

Voor eventueel brandgevaar staat er bij de tafel een emmer vol met water!



Terug naar de inhoud