Iedere maand een nieuwe quiz - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud

Iedere maand een nieuwe quiz;
liefde voor en kennis van Gods Woord zijn belangrijk (Hosea 6:6)
    
Toets uw/jouw Bijbelkennis

De quiz voor juli/augustus 2022:
Let op: Er is een strikvraag



In de Bijbelquiz van Juli/Augustus 2022 willen we stilstaan bij Abraham. In de periode, dat hij in het door de Here God beloofde land Kanaän (= Israël) als vreemdeling en nomade leefde.

1. Abra(ha)m ging op reis. Waarheen? Hij wist het niet.
   De Here God zou hem het land wijzen. In Kanaän
   (= Israël) gekomen, sprak de Here God tot hem:
   ‘Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven.’ Waar, in
    welke plaats in Israël, gaf de Here God deze belofte?
a. Salem (= Jeruzalem)
b. Sichem (= Nablus)
c. Hebron

2. Hoe werd Abraham door de Here God genoemd?
a. Mijn knecht
b. Mijn profeet
c. Mijn getuige

3. Aan wie gaf Abra(ha)m van alles de tienden?
a. Aan de koning van Salem
b. Het geven van de tiende kende men in die tijd niet
c. Aan de koning van Sinear

4. Aan wie moest Abraham van de Here God de opdracht geven: De weg van de HERE te
    bewaren door gerechtigheid en recht te doen?’
a. Ismaël
b. Isaäk
c. Zijn zonen en zijn huis (zijn knechten en slaven)

5. Abraham pleitte bij de Here God om Sodom en Gomorra - om haar gruwelijke goddeloosheid
    (Genesis 13:13) - niet te verwoesten. En wel als er een klein aantal rechtvaardige mensen woonden.
    Hoeveel rechtvaardigen?
a. Twintig rechtvaardigen
b. Tien rechtvaardigen
c. Vijf rechtvaardigen

6. Abraham was een profeet (Genesis 20:7). Welke profetische woorden sprak hij?
a. God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer
b. De Here God heeft Zich Salem (= Jeruzalem) verkoren
c. Als een lam dat er slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo
   deed hij zijn mond niet open

Korte overdenking:
Kamperen? Ergens in binnen- of buitenland je tent opslaan? Abraham, zijn vrouw Sara, zijn knechten en slaven, woonden in tenten. Daarentegen woonde Lot, de neef van Abraham, in Sodom in een huis (Genesis 19:2).
Abraham voelde zich in het land, dat de Here God beloofd had te zullen geven aan zijn nageslacht -
van Isaak zal men van uw nageslacht spreken (Genesis 21:12, Romeinen 9:5) - een vreemdeling.
Hij verwachtte een stad met fundamenten, waarvan de Here God de Ontwerper en Bouwmeester is (Hebreeën 11:10); het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:2 en 10).
U, jij en ik, zijn ook op reis in een tent. De apostel Paulus noemt ons lichaam waarin wij wonen een tent (2 Korintiërs 5:1). Elke dag, of we het nu willen of niet, komen we klein stukje dichter bij het einddoel van onze levensreis.
De vraag is naar welk land bent u, jij en ik, op reis? Naar het Koninkrijk van de Here God en de stad waar Hij de ontwerper en bouwmeester van is? Door Zijn woord en Geest wil Hij u, jou en mij de weg wijzen. Waarbij we niet mogen vergeten: De Here Jezus is DE WEG!
Een gezegende reis.

Antwoorden:
1 = b. (Genesis 12:6 en 7); 2 = (Strikvraag. Moet zijn: Mijn vriend, Jesaja 41:8, Jacobus 2:23);
3 = a. (Genesis 14:18 en 20b, Melchisedek is koning van Salem)
4 = c. (Genesis 18:19); 5 = b (Genesis 18:32);
6 = a. (Genesis 22:8)

Reageren? Zie 'contact'

Terug naar de inhoud