Iedere maand een nieuwe quiz - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud

Iedere maand een nieuwe quiz,
want liefde voor en kennis van Gods Woord zijn belangrijk (Hosea 6:6)
    
Toets uw/jouw Bijbelkennis

De quiz voor mei 2020:
Let op: Er is een strikvraag


In deze coronatijd zwaaien we naar elkaar, maar geven elkaar geen hand. Wel kunnen we voor elkaar onze handen vouwen en gelovig in gebed ons vertrouwen stellen in de levende God. Over ‘vertrouwen’ gaat deze maand de quiz.

Let op: Er is een strikvraag!

Maak uit de vragen uw/jouw keuze:
1. In de woestijn vertrouwde het volk Israël niet op de
    woorden van…?
a. De 12 verspieders
b. De 10 verspieders
c. De 2 verspieders

2. In welk Bijbelboek lezen we, dat door een
   hooggeplaatst persoon wordt gezegd: ‘Vertrouw niet
   op de Here God?’
a. Het Bijbelboek Jesaja
b. Het Bijbelboek Jeremia
c. Het Bijbelboek Ezechiël

3. Wat zegt de dichter van het Bijbelboek Spreuken
   over een persoon, die op zijn eigen hart vertrouwt?


a. Hij (zij) is kortzichtig
b. Hij (zij) is een dwaas
c. Hij (zij) is wijs en verstandig

4. Wie spraken: ‘Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat Die Hem nu verlossen?’
a. De Filistijnen, nadat zij Simson hadden gevangengenomen en de ogen uitgestoken
b. Velen van het volk Israël, toen David op de vlucht was voor zijn zoon Absalom
c. De theologen (priesters en schriftgeleerden) en leiders (oudsten) van het volk Israël bij de
    gekruisigde Here Jezus

5. De Here God heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten  (Deuteronomium
    31:6 en 8). Kan op grond van dit Woord met vertrouwen worden gezegd worden: ‘De Here is mij
    een Helper, ik zal niet vrezen’?
a. Nee, dit is onmenselijk
b. Nee, vrees als emotie kan niet worden uitgeschakeld
c. Nee, dit hoort thuis in de categorie: ‘makkelijk praten’

6. Twee mannen waren met vele slagen van de roede gegeseld. Omstreeks middernacht baden zij tot
    de Here God en zongen Hem lof. Hoe was hun naam en tot wie spraken zij: ‘Stel uw
    vertrouwen op de Here Jezus en u zult behouden worden’?
a. Paulus en Silas spraken deze woorden tot de inwoners van Korintië
b. Paulus en Barnabas spraken deze woorden tot de Joden te Antiochië
c. Paulus en Silas spraken deze woorden tot de gevangenbewaarder van Filippi

Enkele opmerking over ‘vertrouwen’:
Het sleutelwoord voor geloven is vertrouwen. Alleen in wie stellen we ons vertrouwen? In onszelf? Wie dit doet komt vroeg of laat zichzelf tegen en wordt in zichzelf (diep) teleurgesteld of (diep) beschaamd. Stellen we ons vertrouwen in mensen? Ook dan worden we vroeg of laat (diep) teleurgesteld en/of (diep) beschaamd en mogelijk innerlijk (diep) gewond. We leven in een gebroken wereld.
Door geschonden vertrouwen kan men een afwerend of kwetsend gedrag vertonen, een masker dragen en/of anderen (bewust) innerlijk pijn doen.
De Here God! Hij is de Gans Andere. Hij wil in de Here Jezus onze Hemelse Vader zijn (Romeinen 8:16).  Ook al onze innerlijke pijn en/of geschonden vertrouwen mogen we bij Hem brengen (1 Petrus 5:7). Hij kan en wil helen. Maar staan wij het Hem toe? Bovendien zijn Zijn wegen vaak (totaal) anders dan wij het ons hadden voorgesteld (Jesaja 55:8).  Wantrouwen we Hem dan als onze Hemelse Vader of bidden we: ‘Vader, ik begrijp U niet, maar ik vertrouw U’?  Dit gebed verheugt Zijn Vaderhart. Immers: God is getrouw (2 Tessalonicenzen). Hij zal ons vertrouwen in Hem niet beschamen (Psalm 22:6).
                        
Wanneer ik vrees, vertrouw ik op U;
op God, Zijn Woord prijs ik’
naar Psalm 56:4

Antwoorden:    
1 = c (Numeri 14:6-9;   2 = a (Jesaja 36:15);
3 = b (Spreuken 28:26);  4 = c (Matteüs 27:41-43);  
5 = Strikvraag, (zie Hebreeën 13:5b en 6)
6 = c (Handelingen 16:22-25;31)

Terug naar de inhoud