Iedere maand een nieuwe quiz - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud

Iedere maand een nieuwe quiz;
liefde voor en kennis van Gods Woord zijn belangrijk (Hosea 6:6)
    
Toets uw/jouw Bijbelkennis

De quiz voor november 2022:
Let op: Er is een strikvraag


Toets uw/jouw Bijbelkennis

De Bijbelquiz van november 2022 gaat over de profeet Daniël nadat het Babylonische wereldrijk was veroverd door koning Kores.

1. In het jaar 539 voor Christus veroverde koning Kores
    het wereldrijk Babel. Wie stelde hij over het ‘gewest
    Babel’ aan als koning?
a. Koning Belsassar
b. Darius de Meder
c. Daniël

2. Hoeveel rijksbestuurders stelde deze koning aan?
a. 3 rijksbestuurders
b. 120 rijksbestuurders
c. 600 rijksbestuurders

3. De koning gaf op verzoek van rijksbestuurders
    en stadhouders een bevelschrift uit. ‘Niemand
    mocht een verzoek richten tot enig mens of god,
    behalve tot de koning’. Wie niet gehoorzaamde
    werd in de leeuwenkuil geworpen. Hoeveel dagen
    moest dit bevelschrift van kracht blijven?
a. 60 dagen
b. 30 dagen
c. 10 dagen

4. Waarom was het bevelschrift: ‘Niemand mocht een verzoek richten tot enig mens of god, behalve
    tot de koning’ onherroepbaar?
a. Wetten verzegeld met de zegelring van de koning waren onherroepbaar
b. Alle wetten waren onherroepbaar
c. De bevolking tot gehoorzaamheid te dwingen

5. Wie werd(en) naar aanleiding van de wet, genoemd in vraag 3, door de leeuwen gegeten?
a. Daniël
b. Joden, die tot de Here God baden
c. De rijksbestuurders en stadhouders, die bij de koning aangedrongen hadden, de wet genoemd in
    vraag 3, uit te vaardigen

6. Daniel bleef, zoals hij altijd deed, drie keer per dag voor het open raam bidden. Waarom deed hij
    dat?
a. Hij was levensmoe
b. Hij was erg eenzaam
c. Hij had de Here God lief en wist: Wat baat het een mens zijn leven te winnen en schade te lijden
    aan zijn ziel (Deuteronomium 6:4, Matteüs 16:26; zie ook ‘Korte overdenking’)

Korte overdenking:
Daniël had een zeer hoge positie als staatman aan het hof van de koning. Op een dag hoorde hij: ‘Niemand mocht een verzoek richten tot enig mens of god, behalve tot de koning. Wie niet gehoorzaamde werd in de leeuwenkuil gegooid.’
Gehoorzaamde Daniël de koning, die hij diende of gehoorzaamde hij de levende God, die hij diende?
Haastte hij zich naar de koning? Vroeg hij toestemming om te bidden tot zijn God?

Daniël besefte: Bidden was gevaarlijk. Levensgevaarlijk! Levensbedreigend! Bidden ging hem het leven op aarde kosten. Maar niet bidden was nog gevaarlijker. Niet bidden ging hem zijn geestelijk leven kosten.
De keuze was voor Daniël niet moeilijk. Zijn geestelijk leven, zijn relatie met de levende God, was voor hem belangrijker dan zijn hoge positie als staatsman aan het hof van de koning.
Daniël bad, zoals hij altijd deed. Drie keer per dag knielde hij voor het open raam en bad tot de levende God. Hij werd in de leeuwenkuil geworpen.
De grootheid van Daniël was niet zijn hoge positie als staatsman aan het hof, maar het buigen, het klein willen zijn voor de levende God, die hij diende.
En wij? Bidden wij, willen wij buigen voor de Zoon van God, de Here Jezus, ook als het ons het leven op aarde zou kosten?

Antwoorden:     
1 = b. (Daniël 6:1); 2 = a. (Daniël 6:3);
3 = b. (Daniël 6:8);
4 = (Strikvraag. Een wet van Meden en Perzen was onherroepbaar (Daniël 6:9,13, 16);
5 = c. (Daniël 6:25); 6 = c. (Deuteronomium 6:5, Matteüs 16:26; zie ook 'Korte overdenking').

Reageren? Zie 'contact'

Terug naar de inhoud