Leren door vragen: Uit dit boek - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud


Nieuwjaar van de bomen - Toe Bisjwat
(15e sjewat 5780 -  zondagavond 9 februari tot maandagavond 10 februari 2020)

Feestdag
In de Tenach wordt het Nieuwjaar van de bomen niet genoemd. Ceremoniële voorschriften zijn er niet.  
Aspecten als ‘aandacht, zorg, ogen die willen zien, vrucht dragen, vreugde, hoop en toekomst’, vinden we bij het Nieuwjaar van de bomen.
Sinds het begin van de 20ste eeuw is het Nieuwjaar van de bomen in Israël officieel een dag, waarop door de schooljeugd boompjes worden geplant, duizenden jonge boompjes.
Op deze feestdag eten de Joden, niet alleen in Israël, maar overal ter wereld, zoveel mogelijk fruit afkomstig uit Israël. Veelal eet men eerst de vruchten waarvan de schil niet gegeten kan worden, zoals sinaasappelen en grapefruit. Daarna vruchten met een harde pit, zoals olijven en pruimen. En tot slot vruchten die in zijn geheel kunnen worden gegeten, zoals vijgen, dadels en rozijnen. Bovendien eet men amandelen. Deze vrucht is ‘de traktatie’ op het Nieuwjaar van de bomen.

Vrijwel geen bomen
Een land vrijwel zonder bomen, verwoest, dor, moerassig, overwoekerd door dorens en distels…! Deze aanblik bood Palestina (Israël) in de periode, dat het land door de Ottomanen (Turken) werd overheerst (1517-1917). Toch waren er enkele kleine Joodse gemeenschappen, onder andere in Jeruzalem, Hebron, Sichem en Haifa. Eveneens zwierven groepen Bedoeïenen met hun kudden door het land. Er woonden ook wat Arabische boeren. De meesten van hen werkten op het land van afwezige Turkse landheren.
Palestina, zo werd het land Israël in het jaar 135 door de Romeinse keizer Hadrianus genoemd. Dit  gebeurde nadat de Romeinen de opstand van de Joden (131-135), onder leiding van Simon Bar-Kochba, bloedig hadden neergeslagen.

De naam Israël voorgoed uitwissen
Palestina was niet zomaar een naam, maar de naam van het land van de Filistijnen. Eeuwenlang waren zij de vijanden van Israël geweest (Richteren 14:4;
15:1-16:31, 1 Samuël 17:1-58; 31:1, Ezechiël 25:15). De naam Israël voorgoed uitwissen, was één van de maatregelen van keizer Hadrianus om de Joodse godsdienst en cultuur te breken. Israël betekent ‘strijder Gods’ (Genesis 32:28). De Joden hadden geen enkel recht meer op hun land. Zó werd gedacht, gesproken en gehandeld. In Zijn Woord laat de God van Israël op veel plaatsen het tegendeel zien (Deuteronomium 30:3-5, Jeremia 16:15, Ezechiël 11:17; 39:27 en 28). Niettemin moesten de Joden eeuwenlang de belediging dragen, dat het land Israël ‘Palestina’ werd genoemd. In 1948 kwam hier een einde aan. De Joden namen het bestuur van hun land in eigen handen en riepen ‘de staat Israël’ uit.

Alija
Gedurende vele eeuwen hebben miljoenen Joden, verstrooid over de hele wereld (diaspora), het diepe verlangen om terug te keren naar hun land in hun gebeden bij de levende God neergelegd (Ezechiël 36:37 en 38).
De terugkeer van de Joden naar hun historische vaderland wordt ‘alija’ genoemd. De eerste alija vond plaats in de jaren 1881-1903 en wordt wel ‘de alija van de boeren’ genoemd. Voor vaak buitengewoon hoge prijzen werden stukjes land gekocht van de Ottomanen. In het jaar 1901 werd het Joods Nationaal Fonds opgericht. Het kocht land en droeg zorg, dat het Nieuwjaar van de bomen voor de schooljeugd officieel een dag werd om jonge boompjes te planten. Tot op heden draagt het zorg voor de aanleg van parken en bossen.
De tweede alija had plaats in de jaren 1904-1914. In het jaar 1909 vonden drie belangrijke gebeurtenissen plaats:
  - Joodse pioniers stichtten in Deganya de eerste kibboets; een collectieve nederzetting.
  - De stad Tel-Aviv werd gesticht. Deze Hebreeuwse woorden betekenen ‘lenteheuvel’.
  - Eliëzer ben-Yehuda publiceerde het eerste woordenboek in modern Hebreeuws. De Hebreeuwse taal was nu voor iedereen toegankelijk.
In de periode 1881-1914 verlieten tweeëneenhalf miljoen Joden Oost-Europa. Aanleiding was het extreme geweld tegen de Joden, de pogroms. Een klein deel, ongeveer veertigduizend Joden, vestigde zich in het land van hun voorvaderen. Twee miljoen Joden vestigden zich in de Verenigde Staten.
De treurige toestand waarin hun land zich bevond, schrok de Joden uit de eerste en tweede alija niet af. Zij waren de pioniers die het land hielpen ontwaken. Ze verwijderden de puinhopen, zuiverden de grond van stenen, legden moerassen droog, verwijderden dorens en distels, ontgonnen woestijnen, legden watersystemen aan, etc. Ze zaaiden en plantten vele struiken en bomen. Maar groei, wasdom en vruchten geven…? Dit kan geen mens. Daar is de zegenende hand van de Here God voor nodig. En de God van Israël zegende! (Ezechiël 36:36) Zijn Woord, door de profeten op diverse plaatsen in de Tenach voorzegd, ging in vervulling. Het land werd weer vruchtbaar! (Jesaja 41:19 en 20, Ezechiël 36:8 en 9)

Bomen zijn belangrijk voor elk land, zeker voor landen met een warm klimaat zoals in Israël. Ze houden met hun wortels de aarde vast. Nemen koolstofdioxide op uit de lucht en geven zuurstof. Bieden bescherming en voedsel aan dieren. Geven schaduw, vruchten en water. Ze zijn tekenen van leven, hoop en toekomst.
De toekomst! Zij ligt in de Hand van de God van Israël, Hij is de Eerste en de Laatste; buiten Hem is er geen God (Jesaja 44:6).

Mensen zo oud als bomen
Olijfbomen kunnen evenals eikenbomen, honderden jaren oud worden! Maar mensen, die de leeftijd van bomen bereiken en honderden jaren oud worden…?!
Niet alleen de Bijbel, maar ook oudheidkundige geschriften uit allerlei landen, spreken over een geweldige watervloed. Deze vloed, de zondvloed (Genesis
6:5-9:7), heeft de hele aarde geteisterd en met water overdekt. De hoogste bergen kwamen meer dan zeven meter onder water te staan (Genesis 7:19 en 20).
Wanneer wij ervan uitgaan dat de zondeval van Adam en Eva plaatshad omstreeks het jaar 4000 voor Christus, dan heeft de zondvloed ongeveer 1500 jaar daarna plaats gehad.
In deze periode van 1500 jaar bereikten mensen leeftijden van tussen de 770 en 970 jaar. Met uitzondering van Henoch: hij werd 365 jaar (Genesis 5:23). De oudste bewoner, Metuselach, werd 969 jaar (Genesis 5:27).

Voor de zondeval
Een lammetje in de nabijheid van een wolf brengen, zou wreed zijn; evenzo een kalfje in de nabijheid van een beer. Wanneer we berinnen met jongen en koeien met kalfjes in een weiland zagen grazen, zouden we onze ogen niet geloven. En leeuwen, die stro aten?! Fabeltjes!
En toch was er voor de zondeval geen sprake van het recht van de sterk(st)e. Overal was harmonie en vrede, ook onder de dieren. Voor de zondeval kon een lammetje in de directe nabijheid van een wolf, een leeuw en een beer verkeren.

De wederkomst van de Here Jezus
Vanaf de tijd dat de profeet Mozes de komst van de Messias heeft voorzegd, verwacht het Joodse volk Zijn komst (Deuteronomium 18:18 en 19). Wanneer Hij is gekomen (wederkomst), in grote majesteit en heerlijkheid, zullen de dieren weer in harmonie en vrede met elkaar leven, zoals voor de zondeval. Een kalfje en een jonge leeuw zullen samen spelen. Beide zullen met ander vee een kleine jongen als herder hebben. De panter en een bokje zullen naast elkaar in het gras liggen, etc. (Jesaja 11:6-9).

In deze periode zal er geen oorlog meer zijn. De oorlogsindustrie zal failliet gaan. De zwaarden en speren zullen omgesmeed worden tot gereedschappen om het land te bewerken, zoals ploegscharen en snoeimessen. Dit is nodig, opdat de aarde voldoende voedsel zal opbrengen voor alle mensen.
In deze periode van vrede en gerechtigheid zullen de volkeren naar Israël gaan. Geenszins om oorlog te voeren, maar om te leren over de wegen van de Here God. Om Zijn Woord en de richtingaanwijzers voor het leven te leren kennen en om Zijn paden te bewandelen. Vanuit Jeruzalem, de stad die de Here God Zich verkoren heeft, zal dit onderwijs gegeven worden.  
Deze periode, die in de menselijke geschiedenis komen zal, is onder meer in de Tenach voorzegd door de profeet Jesaja. De mensen zullen dan zeer oud worden en de leeftijd van bomen bereiken (Jesaja 2:3 en 4; 65:20-23 en 25).
Deze periode wordt genoemd: het Messiaanse Vrederijk. Ofwel: ‘Millennium’ (Latijn), een tijdperk van duizend jaar en ‘Chiliasme’ (Grieks), de leer van het duizendjarig vrederijk op aarde. De Messias, de Here Jezus, zal dan regeren vanuit Jeruzalem over de hele aarde (Lucas 1:31-33, Zacharia 14:9).


Terug naar de inhoud