Leren door vragen: Uit dit boek - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud
Het Wekenfeest - Sjawoe’ot  
28 mei 2020 - van ’s avonds 28 tot ’s avonds 30 siewan 5780

Omertelling en omerdagen

Inleiding
Het Wekenfeest wordt ook genoemd: ‘oogstfeest’, ‘de dag van de eerstelingen’ (van de oogst) en het ‘Joodse Pinksterfeest’ (Handelingen 2:1). Het is een Pelgrimsfeest van één dag, waarop niet wordt gewerkt (Numeri 28:26). Buiten Israël wordt aan dit feest een dag extra toegevoegd.
Het wordt gevierd in de maand siewan (mei/juni)

De Naam
De naam van het Wekenfeest wordt niet bepaald door het feest, maar door de tijd die ligt tussen het Pesachfeest en het Wekenfeest. Sjavoe’ot (Hebreeuws) betekent ‘weken!’
Op de 2e dag van het Pesachfeest begint de telling voor het volgende feest. Zeven weken moeten er liggen tussen de 2e dag van het Pesachfeest en het Wekenfeest (Leviticus 23:15 en 16). Op de dag nadat de zeven weken zijn geteld, de 50ste dag, is het Wekenfeest. In deze periode van vijftig dagen wordt iedere dag geteld. Deze telling wordt ‘omertelling’ genoemd. Een omer is een schoof (garve).

Het Wekenfeest
De naam van het Wekenfeest wordt niet bepaald door het feest, maar door de tijd die ligt tussen het Pesachfeest en het Wekenfeest. Sjavoe’ot (Hebreeuws) betekent ‘weken!’.
Op de 2e dag van het Pesachfeest begint de telling voor het volgende feest. Zeven weken moeten er liggen tussen de 2e dag van het Pesachfeest en het Wekenfeest (Leviticus 23:15 en 16). Op de dag nadat de zeven weken zijn geteld, de 50ste dag, is het Wekenfeest. In deze periode van vijftig dagen wordt iedere dag geteld. Deze telling wordt ‘omertelling’ genoemd. Een omer is een schoof (garve).

Omertelling en omderdagen
Verwacht zou worden dat de ‘omerdagen’ een periode van blijdschap is. Het graan van de tarwe en de eerste vruchten rijpen en kunnen worden geoogst. En toch is het een periode van droefheid en rouw. De (twee) weken direct na het Pesachfeest in de maand Niesan vormen hierop een uitzondering. Zij worden nog overheerst door de vreugde van het Pesachfeest.
De omertelling werd een periode van rouw in de dagen van rabbi Akiva. Hij was de ziel achter de laatste vrijheidsstrijd tegen Rome, de Bar-Kochba oorlog (131-135). De Talmoed vermeldt een epidemie in de dagen van rabbi Akiva. Velen van zijn leerlingen stierven.
De geschiedenis leert dat in de omertijd (voorjaar) vele vervolgingen tegen de Joden plaatshadden. Met als gevolg verschrikkingen en verderf. Vele Joden werden vermoord. Zo begonnen bijvoorbeeld de Kruistochten veelal in het voorjaar.
In de omertijd herdenkt men in droefheid en rouw het leed van lijden en vervolgingen. Dit uit zich in traditionele kringen onder meer doordat feestelijkheden in deze periode niet plaatshebben. Huwelijken worden praktisch niet gesloten (gezegend). Er wordt ook minder zorg besteed aan het uiterlijk. Veel mannen laten in deze periode hun baard groeien. Haar van hoofd en baard wordt niet geknipt.
De zang (melodieën) in de synagoge zijn in mineurtoon.
Twee keer wordt in de omertijd de droefheid en de rouw onderbroken. De 33ste dag van de omer. Op deze dag eindigde de sterfte onder de leerlingen van rabbi Akiba. En de jongste Joodse Feestdag: Onafhankelijkheidsdag. Volgens de Joodse jaartelling op 5 ijar 5708 (14 mei 1948). De dag waarop David Ben Goerion in het Kunstmuseum in Tel Aviv de Staat Israël uitriep.

De dagen van droefheid en rouw gelden niet voor de laatste drie dagen van de omertelling. Dit houdt verband met de wetgeving van en door de Here God op de berg Sinaï. De Israëlieten die na de uittocht uit Egypte in de woestijn verbleven, kregen twee dagen om zich uiterlijk en innerlijk voor te bereiden (te heiligen). Een onderdeel van de uiterlijke voorbereiding: het wassen van de kleren en seksuele  onthouding. Op de 3e dag moest het volk gereed zijn. Wanneer een luid bazuingeschal klonk, moesten zij naderen tot de berg Sinaï, maar op veilige afstand blijven staan. De levende God zou Zich voor de ogen van het volk Israël openbaren door neer te dalen op de berg Sinaï (Exodus 19:10-20). Om te voorkomen dat het volk Israël te dicht de berg zou naderen en aanraken, had de profeet Mozes de berg laten omheinen (Exodus 19:23). De laatste drie dagen van de omertelling worden dan ook genoemd: de drie dagen van omheining.

Het accent verplaatste zich
Bij de viering van het Wekenfeest verschoof, na de verwoesting van de Tempel en de diaspora (verstrooiing onder de volken), het accent als landbouwfeest. Het kwam te liggen bij de openbaring van de levende God op de Sinaï en het ontvangen van de wetgeving, de Tien Woorden.
Deze vond plaats in het begin van de 3e maand na de uittocht uit Egypte (Exodus 19:1-3). Niet de Thora, maar de traditie leert: de openbaring van de God van Israël op de Sinaï en het ontvangen van de Tien Woorden had plaats op het Wekenfeest.

Heilige Geest
In Jeruzalem - de stad van de Grote Koning (Psalm 48:3) - werd in het jaar 33 op het Wekenfeest de Heilige Geest uitgestort. (Zie ‘De oorsprong, achtergrond en betekenis van de christelijke feesten.)


Terug naar de inhoud