Een heidens of een hemels feest? - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud

Kerstviering
(Viering in de B. kerk te A.)
                                                                                                                
Titel: Kerstfeest! Een heidens of een hemels feest?
                 © Tekst:  Corry B. Brauckman

Schriftlezing: NBG '51

K E R S T V I E R I N G  

Stem:
Het christendom vindt haar wortels in het Jodendom. De Joodse Bijbel, de Tenach - in de Bijbel: het Oude Testament - kent 3 boeken die tot de Wijsheidsliteratuur behoren: De Bijbelboeken Job, Spreuken en Prediker.
Een filosoof zoekt de wijsheid; hij heeft de schoonheid van de wijsheid lief en stelt vragen.
Een wijze zoekt de wijsheid niet; hij bezit de wijsheid en deelt haar mee aan de hoorders.
Het Nieuwe Testament, 1e Bijbelboek (Matteüs), 2e hoofdstuk heeft als opschrift ‘De wijzen uit het Oosten’. Dit opschrift is niet geïnspireerd door de Heilige Geest. Wat niet wegneemt, dat deze mannen uit het Oosten gezien worden als ‘wijze mannen’. Maar waarom…?
Kerstfeest! Een heidens of een hemels feest? Niet vergeten mag worden: echte wijsheid komt van boven, van de Here God (Jakobus 3:13-18, Spreuken 9:10a).

Gebed:
Vader in de hemel, U bent de bron van leven en licht (Psalm 36:10). Wilt U ons ook deze middag schenken wat nodig is om in Uw licht Uw wijsheid te verstaan? Uw wijsheid is vaak dwaasheid in de ogen van mensen (1 Korintiërs 1:20-25).
Wilt U ons ook helpen om ons hart te openen voor Uw liefde? Want ook Uw liefde vraagt om een antwoord. U heeft Zich in uw majestueuze grootheid en liefde klein willen maken in Uw Zoon, het Kindje Jezus.  

Zingen:
Here Jezus om Uw Woord
zijn wij hier bijeen gekomen.
Laat in ’t hart dat naar U hoort
Uw genade binnen stromen.
Heilig ons, dat wij u geven
hart en ziel en heel ons leven.
Liederen voor de Gemeentezang, Lied 242:1

Schriftlezing: Jesaja 40:12-12 en 18
Wie mat de wateren met zijn holle hand, bepaalde de omvang van de hemelen met een span, vatte met een maat het stof van de aarde, woog de bergen met een waag en de heuvelen met een weegschaal?
Wie bestuurde de Geest van de HERE en onderrichtte Hem als Zijn raadsman?
Wie raadpleegde Hij, dat deze Hem inzicht zou geven, het rechte pad zou leren, kennis bijbrengen en de weg van het verstand doen kennen?
Met wie dan wilt u God vergelijken en welke vergelijking op Hem toepassen?

Stem:
Er is niemand, niemand gelijk de HERE, onze God (Exodus 8:10b, Jeremia 10:6). Hij, de Schepper van hemel en aarde (Genesis 1:1), is wonderbaar van raad en groot van beleid (Jesaja 28:29b).              

Zingen:
De Heer is God en niemand meer:
verheerlijkt Hem, u vromen!
Wie is als aller scheps’len Heer
zo heerlijk, zo volkomen?
De Heer is groot, Zijn naam is groot,
de luister Zijner deugden groot,
oneindig groot Zijn wezen.
Joh. de Heer, Lied 937:1
Ned. Herv. Bundel van 1938, Gezang 138:1

Schriftlezing: Genesis 1:1, 3-5
In het begin schiep God de hemel en de aarde.
En God zei: Er is licht; en er was licht.
En God zag, dat het licht goed was, en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis.
En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest; de eerste dag.

Stem:
De Here God schiep ook de dragers van het licht.

Schriftlezing: Genesis 1:14, 16 en 17
En God zei: Dat er lichten zijn aan het uitspansel van de hemel (heelal, universum) om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren.
En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren.
En God stelde ze aan het uitspansel van de hemel om licht te geven op aarde.

Stem:  
Wie het heelal bestudeert, raakt verwonderd en diep onder de indruk. Men schat dat het heelal ongeveer tien miljard sterrenstelsels heeft (een miljard is duizend keer een miljoen), waaronder de melkweg. Elk stelsel bestaat uit meer dan honderd miljard sterren.

Zingen:
Duizend lichten, duizend kleuren
zijn de weerglans van Uw pracht;
daarmee wilt U mensen beuren
uit hun zorgen, uit hun nacht.
Op een zee van licht en zangen
voert U ons tot U omhoog.
U, Heer, bent ons hoogst verlangen;
doof  niet voor Uw licht ons oog!
Joh. de Heer, Lied 287:3
Liederen voor de Gemeentezang, Lied 245:3

Stem:                                                                         
Voor veel wetenschappers is het geen vraag of de sterrenstelsels (verzameling van sterren, stof en gas) zijn gevormd uit gas, dat vrijkwam na een enorme explosie in de ruimte; de oerknal. Wat vóór de oerknal moet zijn geweest en waardoor deze is ontstaan, kan niet door hen worden beantwoord.    
Bij een oerknal mag men chaos verwachten, terwijl ‘alle’ hemellichamen vanaf hun ontstaan een vaste richting (van oost naar west) bewandelen. De Bijbel leert niet: in het begin was er niets en het niets is ontploft: de oerknal! Ofwel: de Bijbel leert geen oerknal, maar de levende God als Schepper van het heelal (Genesis 1:1, 7, 8 en 14-19, Psalm 8:4, Jesaja 45:12b).

Zingen: (voor zover mogelijk staande)
Heer, God, U loven wij.
Heer, U belijden wij.
Vader, in eeuwigheid
zingt ’t gans heelal Uw Naam.
Aarde en hemel, Heer,
zingen Uwe Naam ter eer,
heel Uw schepping door,
eeuwig met ’t engelenkoor:
Heilig, heilig!
Heilig is onze God,
de Heer Zebaoth.
Hemel en aarde zijn van Uw grootheid vol (2x).
Halleluja (4x).
Amen.
Liederen voor de Gemeentezang, Lied 318
Opwekking, Lied 7

Stem:
De sterren! Zij spreken een taal zonder woorden!

Schriftlezing: Psalm 19:2- 5a
De hemelen vertellen Gods eer,
en het uitspansel verkondigt het werk van Zijn handen;
de dag doet sprake toestromen aan de dag,
en de nacht predikt kennis aan de nacht.
Het is geen sprake en het zijn geen woorden,
hun stem wordt niet vernomen:
toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde
en hun taal tot aan het einde van de wereld.

Stem:
De wijzen uit het Oosten! Zij zagen een ster! In hun tijd waren er geen telescopen (*1) en dergelijke. En toch concludeerde in de derde eeuw voor Christus de Griekse geleerde en astronoom Aristarchus van Samos (ca. 310-230 voor Christus), dat de afstand van de zon tot de aarde twintig keer groter is, dan van de maan tot de aarde. De zon, verder weg van de aarde, is aanzienlijk groter dan de aarde, wel zeven keer. Vervolgens trok hij de conclusie: de aarde draait om de zon. Bijna tweeduizend jaar later bewees de Poolse astronoom Copernicus (1473-1543) dat Aristarchus van Samos gelijk had. Een krater op de maan is naar Aristarchus vernoemd.
Ruim honderd jaar voor Aristarchus hield de Griekse filosoof en astronoom Anaxagros het voor mogelijk, dat de zon een gloeiende steen kon zijn en de maan zijn licht van de zon ontving. Dit had tot gevolg: Anaxagros moest uit Athene vluchten. Zon en maan werden gezien als goden.

Stem:
De wijzen uit het Oosten zagen een ster. Was het een komeet? (*2)
Omstreeks de tijd van de geboorte van het Kindje Jezus is wetenschappelijk geen verschijning van een komeet vermeld. Wel werd in het jaar twaalf voor Christus de komeet Halley waargenomen. Deze scheert om de zesenzeventig jaar langs de aarde.
Symbolisch werd door ‘oude volken’ de verschijning van een komeet gezien als een onheilsteken van hongersnood, overstroming en de dood van de koning, maar niet van geboorte.

Stem:
De wijzen uit het Oosten zagen een ster; een supernova? (*3)  
Wetenschappelijke onderzoeken tonen geen supernova rond de geboorte van het Kindje Jezus aan. Een supernova is een niet veel voorkomend verschijnsel in de melkweg. Vanaf het jaar 1604 tot 23 februari 1987 is slechts één supernova te zien geweest.

Stem:
De wijzen uit het Oosten zagen een ster, een conjunctie? (*4)
Bekend is dat een conjunctie in het jaar 6 heeft plaatsgevonden. De exacte datum van de geboorte van het Kindje Jezus is niet bekend. Wel vond het plaats voor het overlijden van koning Herodes (de Grote) in het jaar 4 voor Christus.

Zingen:
Ach, licht ons met Uw stralen,
U, Licht der wereld, voor
opdat wij niet verdwalen
of struik’len op ons spoor!
Joh. de Heer, Lied 924:3
Ned. Herv. Bundel van 1938, Gezang 214:3

Gebed:
Vader in de hemel, ook in deze eeuw zijn velen het spoor van het geloof kwijt geraakt (1 Timotëus 6:21).  
Er zijn zoveel dwaalleringen; zoveel leringen over U, buiten Uw Woord om (2 Petrus 3:17). Help ons om trouw te zijn en te blijven aan Uw Woord en te toetsen wat mensen zeggen en schrijven over U en Uw Woord? (1  Tessalonicenzen 5:21)

Stem:
De ster die de wijzen uit het Oosten zagen, bracht hen in beweging. En wij…? Zijn wij het ons bewust, dat ongeloof ‘ziende’ blind en ‘horende’ doof maakt? Het getuigenis verstomt; men is geen zegen meer voor anderen (Lucas 1:18, 20 en 22). Toch blijft de Here God trouw aan Zijn woord gegeven in het Paradijs aan de in zonde gevallen mens.

Zingen:
Groot is Uw trouw, o Heer,
mijn God en Vader.
Er is geen schaduw van omkeer bij U.
Ben ik ontrouw, U blijft immer dezelfde,
die U steeds waart.
Dat bewijst U ook nu.
Joh. de Heer, Lied 149:1
Opwekking, Lied 123:1

Stem:
De mooiste tuin, die de aarde ooit heeft voortgebracht, is de hof van Eden. Dáár liet de mens zich door de slang - satan incognito (Openbaring 12:9) - verleiden. De mens, geschapen met een vrije wil om keuzes te kunnen maken, wilde zijn als God: kennende goed en kwaad (Genesis 3:4 en 5).
Eva nam van de door de Here God verboden vrucht. Adam, hij stond bij haar, gaf zij ook een verboden vrucht. Beiden aten! (Genesis 3: 6) De zondeval had plaats! Wat ging er toen in het Hart van de levende God om…? Er zijn geen woorden voor; geen mens is in staat te bevatten wat er in Zijn hart omging toen de zondeval plaatshad.
In Gods volmaakte schepping deden door de zondeval zonden, lijden, sterven en dood hun intreden (Romeinen 5:12). Was het satan gelukt om alles wat de Here God volmaakt geschapen had kapot te maken…? (Genesis 1:31) Beslist niet! De Here God is niet een beetje God; Hij ís God!

Zingen:
Nooit kan ’t geloof te veel verwachten,
des Heilands Woorden zijn gewis.
’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een vriend als Jezus is.
Wat zou ooit Zijne macht beperken?
’t Heelal staat onder Zijn gebied!
Wat Zijn liefde wil bewerken,
ontzegt Hem Zijn vermogen niet.
Ned. Herv. Bundel van 1938, Gezang 244:3
     
Stem:
Hoor!  De levende God spreekt tot satan en zegt hem de oorlog aan:
       
Schriftlezing: Genesis 3:15
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en u zult het de hiel vermorzelen.

Stem
‘Haar zaad!’ Het zaad van de vrouw! Feitelijk kan dit niet. De vrouwelijke natuur is zonder mannelijk zaad krachteloos en toch…! Het duurde lang, 4000 jaar, voordat de belofte van ‘het zaad van de vrouw’ werd vervuld in de geboorte van het Kindje Jezus. De Here God zette bij de maagd Maria de door Hem gegeven natuurwet opzij. (We komen hier straks nog even op terug.)

Zingen:
God is getrouw,
Zijn plannen falen niet;
Hij kiest de Zijnen uit,
Hij roept die allen.
Die ’t heden kent,
de toekomst overziet,
laat van Zijn woorden
geen ter aarde vallen,
en ’t werk der eeuwen,
dat Zijn Geest omspant,
volvoert Zijn hand.
Joh. de Heer, Lied 513:1
Opwekking, Lied 248:1

Stem:
De Here God kiest! Hij koos de man, die te midden van een boos en goddeloos geslacht met Hem wandelde: Noach (Genesis 6:5-8, 9). Met hem maakte Hij na de zondvloed een nieuw begin met de mensheid.
De Here God koos Abra(ha)m en sprak tot hem: ‘(…)  met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden’ (Genesis 12:3b).
De Here God koos Mozes om het volk Israël na grote tekenen (de tien plagen) uit de slavernij van Egypte te leiden.

Schriftlezing: Deuteronomium 34:10
Zoals Mozes, die de HERE gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er in Israël geen profeet meer opgestaan.

Stem:
Als profeet van de Here God sprak Mozes de woorden, die de Here God hem in de mond legde. Op een gegeven moment profeteerde hij:

Schriftlezing: Deuteronomium 18:15
Een profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik ben, zal de HERE, uw God, u verwekken; naar hem zult u luisteren.

Stem:
Uit de stam van Juda (Genesis 49:10) is ‘De Profeet’ gekomen, waarvan Mozes en de profeten van Israël gesproken hebben (Johannes 1:21b; 6:14). Ofwel: de door de Joden lang verwachtte Messias, de Here Jezus.
Hij spreekt de Woorden van God, zoals Hij deze van God, Zijn Vader, had gehoord (Johannes 8:26b).  Hij heeft Woorden van eeuwig leven (Johannes 6:68b).

Stem:
De Here God koos David. Hij werd door Hem bij de schapen vandaan gehaald (2 Samuël 7:8). David was geen volmaakte man (2 Samuël, hoofdstuk 11 en 12:1-25), maar wel een man naar Gods hart (Handelingen 13:22).
Uit het geslacht van David zou de lang beloofde Messias worden geboren.

Schriftlezing: Jesaja 11:1
En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï (de vader van koning David) en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen.

Zingen:
Een roze, fris ontloken,
uit tere wortel kwam,
want d’oudheid had gesproken:
‘Zij bloeit uit Isaï’s stam.’
Die heeft een bloem gebracht
al in de koude winter
te midden van de nacht.

Die bloem, zo klein en teder,
met hare geur zo zoet,
brengt ons de zonne weder,
die ’t duister wijken doet.
O Jezus, mens en God,
bij U is wel geborgen
ons aards en eeuwig lot.
Herv. Bundel van 1938, Gezang 17:1 en 3

Stem:
De oudheid had onder meer ongeveer 700 jaar voor de geboorte van Gods Zoon, het Kindje Jezus, gesproken door de profeet Jesaja:

Schriftlezing: Jesaja 9:5a
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder.

Zingen:
De duisternis gaat wijken
van d’ eeuwenlange nacht.
Een nieuwe dag gaat prijken
met ongekende pracht.
Joh. de Heer, Lied 557:2
Ned. Herv. Bundel van 1938, Gezang 8:2

Stem:
In de tijd dat de Zoon van God geboren werd, het Kindje Jezus, regeerde over het grote en machtige wereldrijk van de Romeinen keizer (caesar) Augustus. Hij regeerde van 31 voor Christus tot 14 na Christus en werd als de ‘verhevene’, de ‘aanbiddelijke’ vereerd, maar ook als ‘hogepriester’, ‘zoon van god’, ‘vredevorst’, ‘heiland’ en ‘zaligmaker’. En de Here God…? Hij lacht om de grootheids- en hoogmoedswaanzin van de mens. Niettemin gebruikte Hij keizer Augustus als een instrument in Zijn hand. De Schriften van de profeten van de Here God moeten op Gods tijd in vervulling gaan (Matteüs 26:54).

Gebed:
Vader in de hemel, keizer Augustus werd vereerd met titels, waar alleen Uw Zoon recht op heeft. En wat doen wij…? Er is steeds minder aandacht voor en kennis van Uw Woord. Er is zoveel lauwheid en onverschilligheid tegenover U. We heersen met ons verstand over Uw Woord, we passen Uw Woord aan deze tijd aan, in plaats van ons verstand ondergeschikt te laten zijn aan Uw Woord. Dit wil niet zeggen, dat we ons verstand niet moeten gebruiken. Integendeel!
Vader schenk ons een hart dat verlangt naar Uw Woord om U beter te leren kennen en lief te hebben? Uw Woord heeft eeuwigheidswaarde en gaat op Uw tijd in vervulling.  

Zingen (Augustinus sprak: ‘Zingen is twee keer bidden.’):
O Heer, Die onze Vader zijt,
vergeef ons deze schuld.
Wijs ons de weg der zaligheid,
en laat ons hart, door U geleid,
met liefde zijn vervuld.
Naar Lied 526:1 uit de Liederen voor de Gemeentezang
Naar lied 463:1 uit het Liedboek van 1973

Stem:
In de dagen van keizer Augustus stuurde de Here God engel Gabriël - hij staat voor het Aangezicht van God (Lucas 1:19) - naar de aarde, naar Nazaret. Daar woonde een Joods meisje, een maagd, Maria. Binnen niet al te lange tijd ging zij trouwen met Jozef (Lucas 1:27).
Hoor! Bij Maria binnengekomen groette engel Gabriël haar:

Schriftlezing: Lucas 1:28b
Wees gegroet, u begenadigde, de Here is met u.

Stem:
Engel Gabriël groette Maria niet bij haar naam, maar bij haar door de Here God ontvangen titel ‘begenadigde’.

Zingen:
Genade, zo oneindig groot,
dat ik, die ’t niet verdien.
Maar ook - als ik mij tot Hem keer -
dat God mij nooit verlaat.
Evangelische Liedbundel, Lied 203:1 (eerste twee regels) en 2 (de laatste 2 regels)
Opwekking, Lied 428:1 (eerste twee regels) en 2 (de laatste 2 regels)

Stem:
Maria ontroerde. Wat heeft deze groet te betekenen? dacht ze. Bovendien een engel verschijnt niet zomaar! Hij brengt altijd een boodschap van de Here God!
Hoor! Engel Gabriël stelde Maria gerust; haar naam noemde hij nu wel:

Schriftlezing: Lucas 1:30
Wees niet bevreesd, Maria; want u hebt genade gevonden bij God.

Stem:
Engel Gabriël vertelde Maria waarom zij genade heeft gevonden bij de Here God:

Schriftlezing: Lucas 1:31 en 32a
En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven.
Deze zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden.

Stem:
De grootheid van de Zoon van de Allerhoogste is verheven boven de mens, die toch de kroon van Gods schepping is (Psalm 8:6).
Zingen:
Jezus, Naam boven alle naam,
geweldige Redder,
verheerlijkte Heer.
Immanuël, God is met ons,
grote Verlosser, het Levende Woord.
Opwekking, Lied 116

Stem:
Niet alleen in Naam zal de Zoon van de Allerhoogste groot zijn, want hoor engel Gabriël vertelde:

Schriftlezing: Lucas 1:32b en 33
De Here God zal Hem de troon van Zijn vader David geven,
en Hij zal als Koning over het huis van Jakob (Israël) heersen tot in eeuwigheid, en Zijn koningschap zal geen einde nemen.

Stem:
Engel Gabriël sprak over het eeuwig Koningschap van de Zoon van de Allerhoogste; niet alleen over Israël, maar over alle volken (Jesaja 49:6, Zacharia 14:9, Openbaring 11:15).

Zingen:
Koning Jezus, prijst Koning Jezus.
Geeft Hem glorie en ere en macht,
Koning Jezus.
Voor Uw majesteit hef ik mijn handen op.
Heer, ik prijs U, ‘k aanbid U, ’k bemin U,
halleluja!
Opwekking, lied 246:1

Stem:
Maria vroeg: ‘Hoe zal dat geschieden daar ik geen omgang (sex) met een man heb? (Lucas 1:34) Deze vraag is geen uiting van twijfel of ongeloof, maar eerlijk en nuchter. En wij…? Wat doen wij? Gaan wij met onze twijfel, ongeloof en vragen naar ‘de Bron’, de levende God?
Engel Gabriël antwoordde:  

Schriftlezing: Lucas 1:35
De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen (bedekken); daarom zal ook het Heilige, Dat verwekt wordt, Gods Zoon genoemd worden.

Stem:
Deze boodschap van de Here God is de aankondiging van een wonder, dat nog nooit eerder heeft plaatsgevonden. Bij Maria zal door God zelf, de door Hem gegeven natuurwet in verband met het zaad van de man, opzij worden gezet. Ofwel: Hier is sprake van ‘het zaad van de vrouw’. De maagd Maria zal zwanger worden door de Heilige Geest. De kracht van de Allerhoogste zal haar bedekken. Het Heilige in Maria verwekt is Gods Zoon! Ofwel: bij de geboorte van het Kindje Jezus gaan de woorden van de Here God, direct na de zondeval aan Adam en Eva gegeven, in vervulling (Genesis 3:15).  

Stem:
Het wonder van de maagdelijke geboorte is voor velen dwaasheid (1 Korintiërs 2:14), wartaal en een ouderwets sprookje. Voor wie in het Woord van God gelooft, is het een onthulling, een bekendmaking van de Here God. Het brengt hem/haar tot diepe verwondering en aanbidding: God werd mens! God en mens vertegenwoordigd in Die ene unieke Persoon: de Here Jezus Christus.

Zingen:
Daar is uit ’s werelds duist’re wolken
een licht der lichten opgegaan.
Komt tot zijn schijnsel, alle volken!
En gij, mijn ziele, bid het aan!
Het komt de schaduwen beschijnen,
de zwarte schaduw van de dood;
de nacht der zonde zal verdwijnen,
genade spreidt haar morgenrood.
Joh. de Heer, Lied 593:1
Ned. Herv. Bundel van 1938, Gezang 10:1

Stem:
De maagdelijke geboorte - Gods Zoon, van eeuwigheid God, wordt mens (Lucas 1:35, Hebreeën 1:8; 4:14) - wordt behoedzaam, met weinig woorden en in grote fijngevoeligheid weergegeven. Maar het ging niet buiten het lichaam en leven van Maria om. Zou er nog sprake kunnen zijn van een huwelijk met Jozef met wie ze ondertrouwd was? Ging zij door het ‘komende’ Nieuwe Leven in haar moederschoot (buik) de dood (door steniging) niet tegemoet? Zij antwoordde engel Gabriël:

Schriftlezing: Lucas: 1:38
Zie, de dienstmaagd van de Here; mij geschiede naar uw Woord.
En de engel ging van haar heen.

Stem:
Moeder worden van de Zoon van God, het maakte Maria zo kwetsbaar. Wie zou haar, buiten priester Zacharias en nicht Elisabet (Lucas 1:39-45), geloven? Maria maakte zich geen illusies, ze wist: geen mens! Men zou het een vrome smoes vinden en haar beschuldigen van ontrouw. Maar diep in haar wist ze: Ik hoef mij niet te verdedigen, de Here God zal Zijn Zoon én mij beschermen.
En wij…? Hoe reageren wij als we kwetsbaar zijn…?

Zingen:
Maar de Heer zal uitkomst geven,
Hij, Die ‘s daags Zijn gunst gebiedt.
’k Zal in dit vertrouwen leven
en dat melden in mijn lied;
‘k zal Zijn lof zelfs in de nacht
zingen, daar ik Hem verwacht,
en mijn hart, wat mij moog’ treffen,
tot de God mijns levens heffen.
Psalm 42:5 (O.B)

Stem:
We willen niet lijden en toch…! In deze gebroken wereld is liefde ook lijden
Jozef! Hij wist van niets. Maria kón het hem ook niet vertellen. Het lag te teer, te gevoelig.
Na verloop van tijd richtte Jozef vragende blikken op haar! Dit kon niet waar zijn! Maria! Zwanger! Nee!
Het duurde niet lang of deze gedachten lieten hem niet meer met rust. Ze gingen hem achtervolgen, overal waar hij ging. Na enige tijd wist hij het zeker: Maria was zwanger, maar niet van hem!

Zingen:
Als g’ in nood gezeten,
geen uitkomst ziet,
wil dan nooit vergeten:
God verlaat u niet.
Vrees toch geen nood!
’s Heren trouw is groot,
en op ’t nacht’lijk duister,
volgt het morgenrood.
Schoon stormen woeden,
ducht toch geen kwaad;
God zal u behoeden,
uw toeverlaat.
Joh. Joh. de Heer, Lied 7:1

Gebed:
Vader in de hemel, het wordt geen kerstfeest als we niet verstaan, dat er lijden aan vooraf is gegaan. Help ons, als het (felste) lijden in ons leven komt: lichamelijk, innerlijk en/of geestelijk, het oog op U gericht te (blijven) houden? Doe ons met ons hart verstaan, dat U met ons meelijdt? (Jesaja 63:9) Al ons lijden passeert eerst Uw Hart (Johannes 11:35). Ook het lijden van Maria en Jozef.

Stem:  
Door Jozefs hoofd tolden vele gedachten. Trouwen met Maria! Nee, hij kón en wilde het niet meer; zij had zich aan een ander gegeven! Haar openlijk te schande maken…? Haar publiekelijk terecht laten
stellen: de doodstraf door steniging…? Nee, dat kon hij ook niet…!
Als man dacht hij aan Maria’s eer als vrouw. In stilte wilde hij vertrekken…; weg uit Nazaret...! Maria’s eer als vrouw was dan gered. Maar…

Schriftlezing: Matteüs 1:20 en 21
Toen die overweging bij Jozef opkwam (om in stilte te vertrekken), zie, een engel van de Here verscheen hem in de droom en zei: Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw (ondertrouwde) vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest.
Zij zal een Zoon baren en u zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, Die Zijn volk zal redden van hun zonden.  
Zingen:
Heerlijk is Uw naam,
heerlijk is Uw naam.
Hoog verheven en vol van kracht,
heerlijk is Uw naam.
Jezus, Jezus, heerlijk is Uw naam.
Joh. de Heer, Lied 978:1
Liederen voor de Gemeentezang, Lied 336:1

Stem:
Jozef deed, zoals de engel hem in zijn droom bevolen had. Hij trouwde Maria. Uit eerbied en respect voor het Kind, verwekt uit de Heilige Geest, had hij geen gemeenschap (sex) met Maria totdat het Kindje Jezus was geboren (Matteüs 1:25).

Stem:
De Here God waakt over Zijn woord (Jeremia 1:12b).  Zijn Woord gesproken door de profeet Micha: Betlehem is de geboorteplaats van Gods Zoon (Micha 5:1), moest in vervulling gaan.
Als instrument in Zijn hand gebruikte de levende God hiervoor de grote en machtige keizer van het Romeinse wereldrijk: keizer Augustus! Op bevel van de keizer moest iedereen zich laten inschrijven in het register van de woonplaats van hun (voor)geslacht (Lucas 2:1-3).

Schriftlezing: Lucas 2:4 en 5
Ook Jozef trok op van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, naar de stad van David, die Betlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was,
om zich te laten inschrijven met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke zwanger was.

Stem:
De reis van Nazaret naar Betlehem, ongeveer 135 kilometer, moet voor de hoogzwangere Maria intens zwaar zijn geweest. In Betlehem gekomen was er voor hen geen plaats in de herberg (nachtverblijf), maar wel in een stal. De schapen waren buiten in het veld.

Schriftlezing: Lucas 2:6 en 7
En het geschiedde, toen zij (Jozef en Maria) daar (Betlehem) waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.

Stem:
Hij, Die van eeuwigheid in de hemel de hoogste plaats bekleed, werd geboren op de laagste plaats van de aarde: een stal (grot).
Zingen:
Stille nacht, heil’ge nacht!
Davids Zoon, lang verwacht.
Die miljoenen eens zaligen zal,
werd geboren in Betlehems stal,
Hij der schepselen Heer, (2x)

Hulp’loos Kind, heilig Kind,
Dat zo trouw zondaars mint!
Ook voor mij hebt G’ U rijkdom ontzegd,
werd G’ op stro en in doeken gelegd,
leer m’ U danken daarvoor (2x)

Stille nacht, heil’ge nacht!
Vreed’ en heil wordt gebracht
aan een wereld verloren in schuld,
Gods belofte werd heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij d’ eer (2x)
Joh. de Heer, Lied 194:1-3
Liedboek van 1973, Lied 143:1-3

Stem:
God de Vader liet Zijn Zoon geboren worden in een stal (grot). Maar buiten in de velden van Betlehem, zie…! Wat een licht…! Nee, niet het licht van een van de vuren, om de roofdieren op een veilige afstand te houden, wakkerde op. Het licht kwam van een engel! De hemelse heerlijkheid, de heerlijkheid van de Here God, straalde van de engel en omstraalde de herders, die de wacht hielden bij hun kudde (Lucas 2:9). Hoor! De engel sprak:

Schriftlezing: Lucas 2:10-12
Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen:
U is heden de Heiland geboren,
namelijk Christus, de Here, in de stad van David.
En dit zij u het teken: U zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.

Stem:
De engel was nog niet uitgesproken of de hemel opende zich. Een grote legermacht van engelen daalde neer en loofde de Here God, zeggende:
Ere zij God in de hoge, en vrede op aarde bij mensen van het welbehagen (Lucas 2:14).
Laten wij deze woorden van de engelen zingen:

Zingen: (voor zover mogelijk staande)
Ere zij God, ere zij God, in de hoge,
in de hoge, in de hoge!
Vrede op aarde, vrede op aarde,
in de mensen een welbehagen.
Ere zij God in de hoge,
ere zij God in de hoge.
Vrede op aarde (4x),
in de mensen, in de mensen een welbehagen,
in de mensen een welbehagen, een welbehagen.
Ere zij God, ere zij God, in de hoge,
in de hoge, in de hoge!
Vrede op aarde, vrede op aarde,
in de mensen een welbehagen.
Amen. Amen.
Joh. de Heer, Lied 48
Liederen voor de Gemeentezang, Lied 165  

Stem:
Het werd langzaam weer donker in de velden van Betlehem. De grote hemelse legermacht van engelen zweefde al hoger en hoger de hemel in. De hemelpoort bij Betlehem sloot zich. Het leek alsof er niets was gebeurd, maar niet voor de herders. Haastig gingen zij op weg en vonden de stal. Binnengekomen zagen zij Maria, Jozef en het Kind in doeken gewikkeld en liggende in de kribbe (voederbak voor dieren).                                                                                                                                                                                                                                                                                                           
Zingen:
In Betlehems stal lag Christus de Heer,
in doeken gehuld, als Kindje terneer.
Voor Hem was geen plaats meer in herberg of huis;
Zijn wieg was een kribbe, Zijn troon was een kruis.

Zo arm werd de Heer, der engelen Heer,
Die zondaren mint, zo nameloos teer;
Die hun wil vergeven, hoe veel het ook zij;
zo arm werd de Heiland voor u en voor mij.
Joh. de Heer, Lied 613:1 en 2
Evangelische Liedbundel, Lied 103:1 en 3

Gebed:
Vader in de hemel, we willen U aanbidden, danken, loven en prijzen, voor het wonder waar ons volwassen verstand en hart te klein voor zijn: De geboorte van Uw Zoon, het Kindje Jezus, voor een gebroken wereld, verloren in schuld (Johannes 3:16); geboren ook voor ons, voor mij!

Stem:
De geboorteaankondiging door de engel van de Zoon van God in het vlees, het vleesgeworden Woord van God! (Johannes 1:14) De hemelse legermacht van engelen! Het was ontzagwekkend,  adembenemend en majestueus; vol van hemels licht, heerlijkheid en glorie.

Zingen:
‘t Licht der wereld is reddend verschenen;
’t Woord, dat voor eeuwen bij God was, werd vlees.
Christus komt mensen met God weer verenen,
zondaars verlossen van oordeel en vrees.
Hemelen, wilt u gezangen ons lenen.
’t Licht dezer wereld is reddend verschenen (2x).
Evangelische Liedbundel, Lied 105:1

Stem:
Vanaf de hof van Eden wil de mens zijn als God, maar God werd ‘mens!’ Zoon van God en Zoon van de mensen! Kom, laten wij Hem aanbidden.

Zingen:
Het eeuwige Godswoord,
eeuwig licht des Vaders,
zien wij gehuld in het mens’lijk vlees:
Goddelijk Kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.
Joh. de Heer, Lied 452:3
Ned. Herv. Bundel van 1938, Lied 18:3

Stem:
Niemand is als God (Jeremia 10:6). Zelfs het heelal kan Hem niet bevatten (1 Koningen 8:27). Voor Hem, Schepper van hemel en aarde, is niets te wonderlijk (Genesis 18:14a). Híj bepaalt het getal van de sterren; Híj roept ze bij name (Psalm 147:4).
Ook het universum deelde in de bekendmaking van de geboorte van die ene unieke Persoon: Zoon van God en Zoon van de mensen. Want zie: een ster!
De almachtige God ‘verlichtte’ het universum door een ster, die op aarde zichtbaar moest zijn. Was deze ster een vonk van Zijn licht, glorie, heerlijkheid en majesteit; een vonk uit de Schechina…? Sterren spreken non-verbaal. De ster van Betlehem verlichtte het universum. Op deze wijze nam het heelal - het heelal ligt ook onder de vloek van de zondeval (Genesis 3:17-19, Romeinen 8:20-22, 2 Petrus 3:12) - deel aan de bekendmaking en de vreugde van de geboorte van Gods Zoon, de Redder van de ganse schepping.
Wijze mannen uit het Oosten waren enorm onder de indruk bij het verschijnen van deze ster.

Stem:
Daniël, een Joodse balling van hoge afkomst uit Jeruzalem (Daniël 1:1-4 en 6) werd in het 2e regeringsjaar van Nebukadnessar (605-562 voor Christus) hoofd van de Babylonische wijzen (Daniël 2:1 en 48; 5:11). Dit feit zou kunnen verklaren waarom de wijze mannen uit het Oosten de Joodse geschriften, waaronder de Thora, bestudeerden. Zij lazen:

Schriftlezing: Numeri 24:17
Een ster gaat op uit Jakob, een scepter (koningsstaf) rijst op uit Israël.

Stem:  
‘De Koning van de Joden! Híj moet zijn geboren!’ zo spraken de wijzen onderling. Ze waren vol bewondering over de verschijning van de ster en wilden deze Koning hulde (eer) gaan bewijzen. Ze maakte zich reisvaardig en gingen op weg. Vele uren reisden ze door woestijnen en kwamen uiteindelijk te Jeruzalem; de stad van de grote Koning (Psalm 48:3, Matteüs 5:35b).

Schriftlezing: Matteüs 2:1b en 2
(…) wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem
en vroegen: Waar is de Koning van de Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen.

Stem:
Na de uitnodiging van de door de Romeinen aangestelde arglistige, gewelddadige en wrede koning van de Joden, Herodes (de Grote) en het bezoek aan hem, zagen de wijzen uit het Oosten plotseling weer de ster die zij in het Oosten gezien hadden. Groot was hun vreugde. En zie: de ster wees hun de weg. Ze ging voor hen uit, totdat zij in Betlehem stilstond boven een huis (Matteüs 2:7, 9b en 10).  

Schriftlezing: Matteüs 2:11 en 12
En zij gingen het huis binnen en zagen het Kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neder en bewezen Hem hulde. En zij ontsloten hun kostbaarheden en boden Hem geschenken aan: goud,en wierook en mirre.

Stem:
De wijzen uit het Oosten boden het kindje Jezus ‘vorstelijke’ geschenken aan. Toch is geen geschenk Hem te groot; Hij gaf álles! Geboren werd Hij om te sterven (Johannes 3:16).
En wij…? Het kerstfeest is een heidens feest als wij - wie we ook zijn - niet willen komen en willen knielen. Ofwel: niet klein willen worden voor Hem, Die Zich klein maakte voor ons. Maar ook als wij Hem niet willen geven het lelijk(st)e wat wij bezitten; niet materieel, maar immaterieel. Ofwel: al het lelijke van ons hart, zoals egoïsme, materialisme, liefdeloosheid, bitterheid, haat, seksueel wangedrag, verslaving, geldzucht, etc.
Het Kindje Jezus - geboren, zo klein en toch zo groot; de heerschappij rust op Zijn schouder (Jesaja 9:5) - laat Zich niets geven. Wie hem het lelijk(st)e wat hij/zij immaterieel bezit geeft, ontvangt! Ontvangt van Hem: vergeving van zonde, liefde, vrede en eeuwig leven. Kerstfeest wordt dan een hemels feest. Er is vreugde in de hemel; de engelen zijn blij (Lucas 15:7 en 10).
Het Kindje Jezus, geboren in uw/jouw hart!
Dát is Kerstfeest!
Gebed:
Vader in de hemel, eerbiedig vragen wij u, mag het voor velen, wereldwijd: een hemels kerstfeest zijn? Mag het Kindje Jezus ook geboren worden in de harten van hen, die Hem bespotten of niet kennen of van verre kennen? Mogen ook de vervolgers van hen, die in Uw Zoon geloven en daarmee vervolgers van U zijn (Handelingen 9:4b), ‘volgelingen’ van U worden? Dat hun hart, evenals ons hart

‘Uw kribbe mag zijn?’  

Zingen:
Ik buig mij voor Uw kribbe neer,
o Jezus, U, mijn Leven;
ik nader U en breng U weer
wat U mij hebt gegeven.
Heer, neem mijn leven, zin en hart,
neemt ’t alles aan, hoe ook verward;
wil mijn Verlosser wezen!

O Kindje klein, o Koning groot,
één ding wil ik U vragen:
dat ik U immer, tot de dood,
diep in mijn hart mag dragen.
Laat mij, o Heer, Uw kribbe zijn,
verlicht mijn hart en maak mij rein;
geef mij Uw eeuw’ge vreugde!
Liederen voor de Gemeentezang, Lied 163:1 en 3

P a u z e

Stem:
De geleerden die studie maakten van de sterren (astrologie) waren ‘wijze’ mannen (Spreuken 9:10a).  Zij zochten het Koningskind door het Woord van God te bestuderen.
Zij gingen door barre woestijnen, kwamen in de Koningsstad, ontmoetten angstige mensen en stonden voor een arglistige, gewelddadige en wrede koning.
Zij vonden het Koningskind en maakten zich klein voor Hem. Hulde (eer) brachten zij Hem en boden Hem koninklijke geschenken aan.
Voor hen en voor een ieder die de Here Jezus oprecht zoekt, geldt de belofte:

Schriftlezing: Matteüs 7:7 en 8
Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en u zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.
Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.

Zingen:
Geprezen zij God, Die ons zond van de troon,
tot redding der wereld Zijn enige Zoon
- Geboren werd Hij in een donkere stal –
De machtigste Koning van ’t ganse heelal.
Koor: Looft de Heer. Looft de Heer!
         Brengt Hem lofprijs en eer.
          Prijst Zijn Naam! Prijs Zijn Naam!
          Al gij volken tezaam.
         Geprezen zij God, Die ons zond van Zijn troon
          tot redding der wereld, Zijn enige Zoon.

O sterre van Betlehem, straal in ons hart,
verdrijf al het duister, van zonde en smart.
Uw Koninkrijk kome, o Jezus, Gods Zoon,
dat ieder zich buig’ voor Uw heilige troon.
Koor: Looft de Heer. Looft de Heer!
Glorieklokken, lied 1:1 en 3

Dankgebed (door iemand van de aanwezigen)

Een blij, gezegend Kerstfeest!

Noten:
(*1)  In het jaar 1606 werd door de Italiaanse geleerde Galilei voor het eerst een telescoop op de hemel gericht.
(*2)   Kometen zijn samengesteld uit ijs vermengd met stof. Ze bewegen zich in sterk elliptische (ovale) banen en
        blijven op deze wijze lang op grote afstand van de zon. Het indrukwekkende van een komeet is de staart. Deze
        wordt gevormd als de komeet in de buurt van de zon komt. Door de zonnewarmte smelt een deel van het ijs en
        verdampt vrijwel onmiddellijk. Door de stoom komt het stof vrij. Het stof  wordt door de zon verlicht en vormt een
        tientallen miljoenen kilometers lange staart.
(*3)  Een supernova, een exploderende ster, is door de gaswolk tijdelijk heel helder. Deze helderheid gaat binnen
       betrekkelijk korte tijd verloren. Ofwel: de kern van een verdwijnende ster zakt na een heel langdurig proces
       uiteindelijk binnen een paar seconden in elkaar. Dit heeft tot gevolg dat de buitenlagen waarin nog kernreacties
       plaatshebben plotseling tot miljoenen graden worden verhit. Het materiaal dat door de explosie vrijkomt wordt
       door een gaswolk de ruimte in geslingerd en verspreid.
(*4)  Een conjunctie: twee (of meerdere) planeten staan op één lijn (in oppositie of achter elkaar), waardoor het ‘lijkt’
       alsof deze twee (of meerdere) planeten één heldere ster zijn. Regelmatig heeft dit gebeuren plaats. Dit
       verschijnsel, door de astronoom Kepler (1571-1630) beschreven, moet in de tijd van de geboorte van het Kindje
       Jezus bekend zijn geweest. In het jaar 1606 vermeldde hij: een conjunctie heeft in het jaar 6 plaatsgevonden
       van de planeten Jupiter (de grootste planeet die we kennen) en Saturnus (vooral bekend om zijn mooie ringen).

Reageren of de liturgie downloaden? Zie ‘contact’.

Terug naar de inhoud