Christelijke feesten: Uit dit boek - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud
Pinksterfeest 2019
De gave van de Heilige Geest

Eerst de Jood dan de Griek (de heiden)
Christenen vieren op het Pinksterfeest de uitstorting van de Heilige Geest. Maar wie ontvingen in het jaar 33 op het Joodse Pinksterfeest de Heilige Geest? Het waren niet de heidenen (gojim), maar de Joden! Uitsluitend de Joden! Zij ontvingen de gave van de Heilige Geest. Ofwel: de Joden die de kruisdood van de Here Jezus hadden begeerd en geëist. Op de eerste Pinksterdag ontvingen ‘drieduizend’ Joden de gave van de Heilige Geest (Handelingen 2:23, 36-41). Dit moet ons niet verwonderen. Het eerste kruiswoord van de Here Jezus was immers: ‘Vader, vergeef het hun (Joden en heidenen), want zij (Joden en heidenen) weten niet wat zij doen’ (Lucas 23:34). Bovendien is het eerst de Jood en dan de Griek. Zó heeft de Here God het bepaald (Romeinen 1:16).
  De Joden die de Here Jezus als de Messias erkennen, worden ‘Messias belijdende Joden’ genoemd.

Een visioen
In Caesarea - de residentie van de Romeinse stadhouders - had zich Cornelius met zijn huis gevestigd, onder wie directe verwanten, huisgenoten, personeel en huisslaven. Over zijn persoon is alleen zijn beroep en Godsdienst bekend. Hij was een Romeinse hoofdman over honderd (centurio) van een Italiaans cohort (bestaand uit 600-1000 man). Hij vereerde niet de Romeinse en/of Griekse goden, maar met zijn huis één God: de God van Israël. Hij was Godvruchtig, richtte zich in gebed regelmatig tot de Here God en gaf vele aalmoezen (giften). Toch was hij niet tot het Jodendom, als proseliet, overgegaan. Met andere woorden: hij had zich niet laten besnijden en hield zich niet aan de richtingaanwijzers voor het leven, door de Here God in de Thora gegeven.
  Op het uur van het Joodse gebed, naar de Joodse tijdrekening het negende uur (drie uur in de middag) was ook Cornelius in gebed. In een visioen zag hij duidelijk een man, een engel, in een blinkend kleed bij hem
binnenkomen. Hij hoorde de engel zeggen: ‘Cornelius!’ Hij staarde de engel aan… Cornelius’ reactie, al was hij een Romeins krijgsman, was heel menselijk: hij werd zéér bevreesd. Hij vroeg, de engel als zijn meerdere erkennend: ‘Wat is er, heer!’ (kurios!) De engel stelde hem gerust met de woorden: ‘Uw gebeden en uw aalmoezen (giften) zijn voor God in gedachtenis gekomen.’
  Hoor! De engel gaf Cornelius een opdracht. Hij moest mannen naar Joppe zenden en een zekere Simon, met de bijnaam Petrus, uitnodigen. Deze was te gast bij Simon, een leerlooier. Zijn huis lag bij de zee.
  Zodra de engel was weggegaan, gehoorzaamde Cornelius.

Vier dagen later (Handelingen 10:30). De apostel Petrus arriveerde in Caesarea in gezelschap van negen mannen: twee huisslaven met een soldaat die door Cornelius waren gestuurd en zes mannen (broeders) uit Joppe (Handelingen 11:12). Van Joppe naar Caesarea is een afstand van ongeveer vijftig kilometer. Waarschijnlijk hadden zij deze afstand te voet afgelegd.

De alleruniekste Persoon
In het huis van Cornelius trof Petrus een groot gezelschap aan. Zij waren gekomen op uitnodiging van Cornelius. De genodigden waren zijn bloedverwanten en beste vrienden.
  Als Jood mocht Petrus het huis van een Romein (heiden) niet binnengaan. De inwoners waren onbesneden en aten onrein voedsel, niet kosjer. Dit had tot gevolg, dat de kleren, het huisraad en vaatwerk, etc. van de inwoners ook onrein waren. En toch betrad Petrus het huis van Cornelius!
  Was Petrus nu ongehoorzaam aan de leefregels door de Here God in de Thora gegeven? Geenszins! De Here God had hem opgedragen dit te doen!
  Op het getuigenis van twee of drie staat een zaak vast (Deuteronomium 19:15, Johannes 8:17). Door driemaal hetzelfde visioen te ontvangen en door de Heilige Geest wist Petrus het huis van Cornelius, een heiden, te moeten binnengaan (Handelingen 10:9-16 en 19). Hij sprak daarover tot Cornelius en de aanwezigen. Vervolgens sprak Petrus over de alleruniekste Persoon: de Here Jezus, de Gekruisigde, de opgestane Heer, zittend aan de rechterhand van God de Vader op Zijn troon. Hij sprak ook dat ‘alle’ profeten uit de Tenach (het Oude Testament) van Hem spraken: ‘dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door Zijn Naam’ (Handelingen 10:43).  

De gave van de Heilige Geest
Petrus sprak en de aanwezigen luisterden. Wat nog niet eerder was gebeurd, gebeurde: de Heilige Geest viel op allen, die naar het Woord hoorden! Groot was de verbazing van de zes mannen (broeders) uit Joppe, die met Petrus waren meegekomen: de heidenen…! De gojim…! De Romeinen…! Allen die aanwezig waren en luisterden naar de woorden van Petrus ontvingen de Heilige Geest! De gave van de Heilige Geest was over de heidenen uitgestort…! Nee, een vergissing was uitgesloten. Want hoor! De aanwezigen spraken in tongen en maakten de Here God groot! (Handelingen, hoofdstuk 10)

Niet alleen de Joden, maar nu ook de Romeinen (de heidenen) - die toestemming hadden verleend voor de kruisdood van de Here Jezus en de executie hadden voltrokken - ontvingen de Heilige Geest. De scheiding tussen Joden en heidenen was opgeheven, niet door mensen, maar door de Here God.

Reageren? Zie contact

Terug naar de inhoud